Want welke dank kunnen wij
God teruggeven aangaande
jullie voor al de vreugde
waarmee wij ons vanwege
jullie verheugen vóór onze God?
1 Thessalonicenzen 3:9
Gods genade stroomt over in
dit beheer (huishouding) van
de genade van God (Efe.3:2).
God werkt in Zijn huis (lichaam
van Christus) niet met wet, wel
met genade. De tekst ademt
de genade van God.
Hij is Bron van alle vreugde.
De woorden dank, vreugde
en verheugen behoren tot de
de woordfamilie -char- met de
daarin vreugde, genade als de
belangrijkste afleidingen.
Paulus strekte zich uit tot God,
Zijn plaatser, die ook de onze is.
God is liefde en dat dringt door
in al wat Hij doet. Genade van
God is zoveel meer dan wat men
onder ‘vergeven’ en ‘goed doen’
verstaat.
Paulus: als hij bidt kan hij niet
anders dan overvloeien van
dank, vreugde als hij denkt aan
de gelovigen. Zoals hij, leefden
zij – en ook wij – voor God.
En dat is vreugde; laten ook wij
doen als de apostel; verheug je
over elkaar en schenk de ander
genade, God dankend.