Voor het overige dan,
broeders, vragen wij jullie
en spreken jullie aan in de
Heer Jezus, opdat, zoals
jullie van ons aangenomen
hebben hoe jullie moeten
wandelen en God behagen
– zoals jullie ook wandelen –
opdat jullie daarin veeleer
overvloeien.
1 Thessalonicenzen 4:1
Paulus spreekt ernstig, wat
blijkt uit ‘broeders’. Maar
ook uit ‘vragen’ en ‘spreken
jullie aan’. Het aanspreken
kan ernstig zijn, maar ook
vol bemoediging, troost. In
het tekstverband blijkt het
hier over de wandel te gaan.
De toekomstverwachting is
het centrale in deze brief.
Als wij de Heer verwachten
putten wij nieuwe kracht, en
zal de wandel meer op Hem
gericht zijn.
Een dergelijk patroon zien
wij ook bij Johannes, Petrus
in hun brieven als het om de
verwachting van Israël gaat.
Johannes schrijft: ‘ieder die
deze verwachting in Hem
heeft, reinigt zich, zoals Hij
rein is’, 1Joh.3:3.
Het is logisch; als je Hem
verwacht, is alles relatief en
nog veel minder belangrijk.